Poppenhuizen
en miniaturen 't Kleine Loo

Alles Klein Tips

Zie ook:

Basiskennis
Veelgestelde vragen

(opent op nieuwe pagina)

* Help, ik heb een hobby, basiskennis
* Hoe kies ik een poppenhuis, basiskennis

Elektra uitleg, basiskennis

* Welk Elektra systeem te kiezen
* Hoe bereken je aantal lampen per trafo

Behangtips, basiskennis

* Hoe bereken je aantal behang per kamer
* Werkwijze behangen


Elektra uitleg

Dit is een eerste aanzet, mogelijk nog niet uitgebreid genoeg. Dus aarzel niet te vragen of aanvulllingen door te geven om elkaar te helpen met deze leuke hobby.

Over weinig onderwerpen worden zoveel vragen gesteld als over de aanleg van elektra. Er valt ook heel wat over te vertellen. Maar uiteindelijk is niets zo leuk als het brandende licht in je eigen poppenhuis!

Allereerst wat vooroordelen uit de weg ruimen

"Dat kan ik niet, ik weet niets van elektra, elektra is eng." Zomaar wat kreten die ik wekelijks hoor. Welnee, met enige uitleg kun je alles zelf. Er zijn systemen ontwikkeld speciaal voor de hobbyist(e) waarbij je zelfs geen kennis hoeft te hebben van elektra. En eng is het alleen als je niet veilig werkt, dus zonder enige uitleg direct maar van alles aan elkaar koppelt. Want ja, brand kan voorkomen in je poppenhuis! En dat wil niemand natuurlijk. Met enige oplettendheid kun je dat voorkomen.

Basiskennis poppenhuis-elektra

In je gewone huis komt er 220Volt uit je stopcontact. Dat is voor een poppenhuis gewoon teveel van het goede. Gewone lampen zijn dan ook veel te groot en zeker te heet om in je poppenhuis te gebruiken. Daarom zijn de (kleine) poppenhuislampjes 12 Volt of nog minder.

Een transformator (trafo) zet de 220Volt om in 12Volt, zodat alle stroom in je poppenhuis niet sterker is dan 12Volt.

Er zijn andere voltages

Spoormodelbouw kent 6 en 9 volt en in kinderhuizen wordt met nog minder Volt gewerkt, zodat het spelende kind zelfs geen prikje voelt bij onbedoelde aanraking (3 tot 4 Volt).
Lundby levert standaard een 4,5 Volt trafo voor hun poppenhuizen. In die huizen zitten alle aansluitingen al ingebouwd.
Met de komst van LED-lampjes zijn er meer mogelijkheden bij gekomen. Deze lampjes geven weinig hitte af maar zijn vaak te fel, te wit voor een mooie sfeerverlichting in het poppenhuis.

Onderling uitwisselen kan echter niet!

Een lampje van 12Volt krijgt te weinig stroom om te branden met een 3,5Volt trafo. Andersom zal een 3,5Volt lampje doorbranden bij gebruik op een 12Volt trafo. De keuze voor de trafo bepaalt dus welke volt-lampjes je gebruikt. Voor kinderhuizen is 3,5V gebruikelijk en voor de schaalhobbyist zijn juist de 12Volt lampjes geschikter (meer keus en beter op juiste schaal gemaakt).

Daarnaast bepaalt de keuze van trafo ook het aantal lampjes dat je kunt gebruiken in je poppenhuis!

Op het typeplaatje van je trafo zie je ook een getal met VA (volt/ampère) of W (watt) of A (ampère). Dat getal zegt hoeveel lampjes (peertjes of pitjes) je kunt aansluiten.
Een lichte trafo van bijvoorbeeld 7-8 VA of 10 W kan tot ca. 15 pitjes hebben, een trafo van 20 W kan wel tot 30-33 pitjes aan en er is ook een grote trafo voor wel 60 pitjes.

Een lampje kan meerdere pitjes tellen!

Tel niet het aantal lampjes in je huis maar het aantal pitjes in de lampjes. Een kroonluchter kan wel voor 12 pitjes tellen! Het totaal-aantal moet altijd onder het advies-aantal voor die trafo blijven. Uitzondering hierop is de (serie-geschakelde) kerstverlichting, die je meestal als 1-2 lampjes mag rekenen.
Zie ook Veiligheid Elektra voor meer hierover. Daarin worden de gevaren beschreven.

Hoe kies ik voor een systeem?

Het gaat hierbij hoe u denkt over perfectie en gemak. Wat telt het meest? Dat alles net als in een echt huis achter het behang is weggewerkt of dat u makkelijk en snel licht hebt?

Er zijn vele mogelijkheden, maar in feite komt het (zeer kort beschreven) neer op deze drie methodes:

  1. geen netleiding maar per lampje naar trafo

    Elk lampje wordt verkocht met een lengte draad met stekker eraan. Het draadje zelf is heel dun en het stekkertje gaat makkelijk los. U kunt dus een heel klein gaatje boren naar buiten en buiten het stekkertje er weer aan zetten. Dit stekkertje gaat naar een lange contactdoos (EM2032-serie) die weer aangesloten is op een trafo. Voordeel: dit is het goedkoopste en makkelijkste "systeem". Nadeel: alle draadjes zijn zichtbaar en je moet per lampdraadje een gaatje boren naar buiten.

    Is het draadje te kort, dan kunt u dat verlengen met losse draad of met verlengsnoertje (stekkertje+stopcontact).

  2. netleiding van bedrading

    Net als in het echte huis, kunt u ook in een poppenhuis een heel netwerk van elektra aanleggen met draad, stopcontacten en schakelaars. Sommigen werken dan zelfs de draad weg in voorgefreesde gootjes zodat je er niets meer van terugziet. Voordeel: goedkoper dan CirKit en per lampje te regelen met schakelaars. Nadeel: kennis nodig van + en - polen, kennis van elektra dus, en soms ook soldeerwerk nodig. Wel leuk voor kinderen (met die schakelaars is het heel echt).

  3. aanleg van netleiding met CirKit systeem

    Voordeel: het is praktisch onzichtbaar weggewerkt
    Nadeel: het is praktisch onzichtbaar weggewerkt
    Dat betekent dat de aanleg van dit systeem echt even meer uitleg nodig heeft. Met de juiste werkwijze is dit een mooi systeem. Wanneer echter slordig of onwetend aangelegd, kan het een drama zijn van niet terug te vinden storingen. Voordeel: absoluut geen kennis van elektra nodig en mooi weggewerkte netleiding waar van alles op kan worden aangesloten, ook schakelaars en stopcontacten naar behoefte. Nadeel: het is het duurste systeem en kent grote verschillen tussen voorstanders en tegenstanders, die ook op internet soms tekeergaan, omdat storingsoorzaak moeilijk te traceren is achter het behang.

    Telefonisch of per email of op beurzen neem ik graag de tijd om voor te doen en uit te leggen wanneer u besluit tot de aanschaf van elektra van welk systeem dan ook. Zelf werk ik meestal met een mix van Cirkit en los draad, afhankelijk van het soort huis waarin ik bezig ben.

Ook in een poppenhuis kan kortsluiting ontstaan en zelfs brand! Daarom is het belangrijk veilig en nauwkeurig te werken met de vaak wel heel dunne kwetsbare draad.

Qua kennis is het van belang te onthouden dat elektra een aan- en afvoerdraad kent, ofwel de minpool en pluspool. Elk lampje is voorzien van twee koperen draden die elk apart geplastificeerd zijn! Deze twee koperen draadjes mogen elkaar NOOIT RAKEN, dat is heel belangrijk! Kortsluiting ontstaat omdat die twee koperdraadjes, ofwel de minpool en de pluspool elkaar wel raken. Of omdat een koperdraadje contact maakt met een ander stuk geleidend materiaal (messing lampje). Je hoeft dus niet persé te snappen welk draadje min of plus is, als je maar zorgt dat ze geen onderling contact maken!

Wanneer je een stukje plastic bescherming weghaalt, moet je dus goed opletten! Er gaan twee geplastificeerde mini-kabeltjes het stekkertje in en er komen twee koperdraadjes onder de stekkerpootjes (links en rechts, ofwel min en plus). Die stekkerpootjes onderling mogen dus ook geen contact maken maar dat lukt ook nauwelijks in hun plastic stekkerhoudertje.

Alles Klein Behangtips

Behangen van het poppenhuis

Er is altijd meer dan één manier om iets te doen.
Ik licht hier mijn werkwijze toe, maar ga vooral je eigen gang en ontdek zo je eigen manier van werken.

Als je de verfklussen (het zogenaamde natte werk) hebt gedaan, kun je behangen.

Materiaal

Er is heel veel papieren behang verkrijgbaar voor je poppenhuis, elke stijl, veel tinten. Zoek je voor jou goede soort uit. Ook echt behang 1:1 kun je gebruiken maar let dan op dat het motief niet te groot en de structuur van het papier niet te grof is. Ik gebruik weleens echt behang uit een stalenboek voor het plafond, daar maakt een beetje grove structuur niet zoveel uit.
En je kunt ook dun leer en textiel gebruiken als behang. Ook vroeger werd er stof gespannen tegen de wanden. En natuurlijk kun je gewoon verven i.p.v. behangen (stuc) of een deel met houten lambrizering maken. Er is ook luxe paneelbehang verkrijgbaar dat je als losse panelen op een effen ondergrond plakt, met bijv. pilaren tussen de panelen (Franse stijl).
Eigenlijk kan er oneindig veel!

Zoek passend behang uit; dat kan ook twee soorten samen zijn in één kamer!

Aantal

Meest voorkomende “fout” is te snel beginnen. Je ziet een leuk behangetje en koopt alvast 1 of 2 vellen zonder te weten of het wel past. Als je eenmaal aan die kamer toe bent, kom je alsnog een stukje behang te kort. Dat is dan niet meer verkrijgbaar of met een kleurverschil (ander kleurbad). Daarom adviseer ik altijd direct 3 rollen te kopen per kamer (bij Alles Klein mag je i.d.g. een complete overgebleven rol in verpakking weer inruilen op de volgende beurs).
Opmeten doe je als volgt: per kamer meet je de diepte en de breedte: dan heb je 2x de diepte nodig en 1x de breedte. Wil je ook de voorgevel in hetzelfde behang aan de binnenkant doen, dan tel je 2x de breedte.
Voorbeeld: kamer van 40 diep en 50 breed, drie wanden, dan is 2x40 en 1x50 cm = 130 cm nodig. Het gemiddelde vel behang is 40-43 diep dus kom je net niet uit met 3 vellen. Maar vaak is er ook een deuropening, soms meerdere ramen. Met een beetje passen en meten lukt het net wel, afhankelijk van het behangmotief (doorlopende rand?). AllesKlein heeft ook behang van 50 cm breedte, verkoop op de beurs.
De hoogte van de kamer telt ook mee. Het meeste behang is 28-30 cm hoog. Vaak is dat voldoende.
Is je kamer hoger dan kun je dat verschil overbruggen met o.a. plint (1-2 cm), gipsen plafondkoof (1-2 cm) of je maakt een lambrizering op elke gewenste hoogte. Er zijn veel oplossingen, zoals het gebruiken van meer soorten (restjes) behang in een kamer of zelfs op één wand (zie foto Kensington Hotel).

Met 3 verschillende behangrestanten worden zo aparte functies in de kamer benadrukt; door de kleurstelling blijft het een geheel.


TIP

Houd een notitieboekje bij, een losbladig mapje of een plakboekje, waarin de maten van je huis/kamers en ook kleine kleurenstaaltjes van gekozen verf en behang en textiel. Dat is makkelijk als je later bijpassende materialen zoekt. Dat perfecte rode lapje blijkt thuis toch net de oranje vloekend bij je wijnrode vloerkleed…. Bovendien is het leuk om later terug te zien hoe het creatieve proces verliep.

Lijm

Gewone behangpoeder, mengen met water in een afsluitbare pot of beker (dat blijft nog dágen goed bruikbaar). Er is ook behangspray in een spuitbus en je kunt ook boekbinderslijm (verdund) gebruiken. Probeer andere lijmen eerst uit, soms droogt lijm vlekkerig op!

Mijn werkwijze

Eerst op maat maken: dat wil zeggen, met een marge van 1 cm want soms krimpt nat papier, soms zet het juist uit, dus precies-pas hoeft niet. Dus voor een wand van 40 breed en 26 hoog is het papier 41-42 breed en 26,5-27 hoog.

Smeer de wanden lichtjes voor en smeer met een gewone dikke verfkwast de lijm op het behang, in één richting om bubbels te voorkomen.

Dan doe ik de achterwand meestal het eerste, met een kleine overlap naar beide zijwanden. Stotend tegen het plafond en de rest als overlap op de vloer (omdat het plafond dan al geverfd of behangen is). Daarna kun je de zijwand doen: stotend tegen plafond én stotend tegen de achterwand. Door de overlap van het achterste behang zie je nu geen kier. Ook kun je zo goed zien of het motief mooi doorloopt in de zijwand. De overlap steekt gewoon uit het huis en alle behang gaat ook dwars over de deur-openingen (waar nog geen deur in zit).
Zo ook de andere zijwand. En dat mag ook best een ander motief of kleur zijn.

Goed laten drogen, niet meer aankomen als het goed zit. Als het papier echt droog is, kun je met een hobbymesje alle uitstekende restjes afsnijden en langs de deuropening weg halen.


Dit is in het kort even van alles over elektra en behangen.
Wanneer u vragen heeft, kunt u deze mailen naar info@allesklein.nl

Top

Terug